KNAW

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Van 3 naar 17 miljoen inwoners

Foto: James Cridland/Flickr.com

Nederland telde in 1850 3,1 miljoen inwoners. Sindsdien is de omvang van de bevolking meer dan vervijfvoudigd. Dit komt overeen met een gemiddelde bevolkingsgroei van 1 procent per jaar. In de periode vanaf 1850 was er geen enkel jaar met een negatief groeipercentage. De jaren in de 19de eeuw met de laagste percentages zijn 1855 en 1859 (0,28%), jaren waarin door verschillende epidemieën de sterfte buitengewoon hoog was. De allerlaagste groeipercentages in de periode vanaf 1850 zien we in 2005 (0,18%) en 2006 (0,15%). De hoogste groei deed zich met 2,56 procent voor in 1946, het jaar dat te boek staat als de top van de naoorlogse ‘babyboom’. 

Het heeft 36 jaar geduurd om Nederland van 3 naar 4 miljoen inwoners te brengen. Van 4 naar 5 miljoen heeft 19 jaar gevergd. In de daaropvolgende decennia werd deze periode steeds korter totdat in de jaren vijftig en zestig van de 20ste eeuw de bevolking in nauwelijks 6 jaar tijd met 1 miljoen toenam. Sindsdien is deze periode echter weer langer geworden: van 16 naar 17 miljoen inwoners duurde 15 jaar.

Afgezien van de soms sterke jaarlijkse fluctuaties, vooral rond de beide wereldoorlogen, kan de hele periode vanaf 1850 voor wat betreft de groei worden onderverdeeld in een aantal tijdvakken. Het eerste tijdvak bestrijkt de jaren 1850 tot omstreeks 1900 en kenmerkte zich door een stijgend groeipercentage van minder dan 1 tot rond 1,4. Daarna bleef tot halverwege de jaren zestig van de vorige eeuw het jaarlijkse groeipercentage rond dit niveau schommelen. Vervolgens liep de groei tot het midden van de jaren tachtig sterk terug tot minder dan een half procent. De laatste periode, vanaf 1985, laat weer enige stabilisatie van het groeipercentage zien.

De mate van bevolkingsgroei is tot 1970 vooral bepaald door het verloop van de natuurlijke groei, het verschil tussen het aantal geborenen en het aantal overledenen. De bijdrage van de buitenlandse migratie was over het algemeen bescheiden en bovendien was bijna voortdurend sprake van een vertrekoverschot. Alleen rond 1918 en rond 1945 kwamen de natuurlijke groei en het immigratie-overschot bij elkaar in de buurt.

Na 1970 is het aandeel van de buitenlandse migratie in de bevolkingsgroei flink toegenomen doordat enerzijds de natuurlijke groei fors afnam en tegelijkertijd het migratiesaldo (het verschil tussen vestiging in Nederland en vertrek uit Nederland) sterk toenam. Sinds 2008 geldt echter dat het migratiesaldo belangrijker is voor de totale bevolkingsgroei dan de natuurlijke groei.

[Geactualiseerde tekst op basis van: Ekamper et al. (2003), Bevolkingsatlas van Nederland, p. 13-14.]

Lees ook

CBS (2017),
Bevolking in 2016 relatief sterk gegroeid www.cbs.nl, 3 januari 2017.
Gijs Beets & Frans van Poppel (2015),
Nederlandse geboortepatronen in historisch perspectief Demos 31 (4), p. 4-7.

Grafiek

Bevolkingsomvang en bevolkingsgroei, Nederland, 1850-2017

 

Bron: CBS.

Grafiek

Natuurlijke groei en migratiesaldo*, Nederland, 1850-2016

 

* Natuurlijke groei = aantal geboorten minus aantal overledenen; Migratiesaldo = aantal immigranten minus aantal emigranten; beide als percentage van de totale bevolking.

Bron: CBS.

Lees meer

Ekamper, P., et al. (2003), Bevolkingsatlas van Nederland: demografische ontwikkelingen van 1850 tot heden. Rijswijk: Elmar. Bevolkingsatlas van Nederland



Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken