KNAW

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Griep en sterfte onder tachtigplussers

31 januari 2019

Griep heeft een sterke invloed op de sterfte onder ouderen. Zo leert een eenvoudige berekening dat door de lange griepgolf van vorige winter tweeduizend meer tachtigplussers zijn overleden dan in een doorsneewinter.

[Foto: Sanofi Pasteur/Flickr]

JOOP DE BEER

De vorige winter (2017-2018) duurde de griepepidemie uitzonderlijk lang. De epidemie duurde 18 weken, terwijl de gemiddelde duur van een griepepidemie tien weken bedraagt. In winters met lange griepepidemieën overlijden veel meer tachtigplussers dan in andere winters. Toch is het niet eenvoudig om de totale griep-gerelateerde sterfte te kwantificeren. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) registreert weliswaar jaarlijks het aantal overledenen met als doodsoorzaak griep, maar die aantallen geven een onderschatting, omdat griep vaak niet door de arts als directe aanleiding van overlijden wordt gemeld. Het RIVM gaat ervan uit dat bij een groot deel van de sterfte aan long-, hart- en vaatziekten een infectie met het influenzavirus een rol speelt, ook al staat influenza niet op het overlijdenscertificaat. In 2017 overleden volgens het CBS 369 tachtigplussers aan griep. Dit is minder dan een half procent van het totale aantal overleden tachtigplussers. Dit percentage is zo laag dat fluctuaties in het aantal geregistreerde griepdoden onmogelijk de totale oversterfte in winters met veel griep kunnen verklaren.

Percentage overleden tachtigplussers (rechteras) en lengte van de griepepidemie (linkeras) per winter

 

Om een goed beeld te krijgen van de invloed van griep op sterfte is het gebruikelijk om niet naar jaarcijfers te kijken, maar naar cijfers voor opeenvolgende winters. Sinds 1995 houdt het CBS wekelijks sterftecijfers bij. Daarmee kan voor elke winter het aantal overleden tachtigplussers worden berekend voor de periode tussen week 40 (begin oktober) van het ene jaar en week 20 (half mei) van het volgende jaar. Dit wordt beschouwd als het griepseizoen. De figuur laat zowel de lengte van griepepidemieën als het percentage overleden tachtigplussers in de laatste zeven winters zien. In winters met lange griepepidemieën (2012-2013, 2014-2015 en 2017-2018) was ook het percentage overleden tachtigplussers relatief hoog, terwijl in de winter van 2013-2014 die een korte griepepidemie kende het percentage overledenen laag was.

Met behulp van een eenvoudig statistisch model is de samenhang tussen de lengte van griepepidemieën en de ontwikkeling van het aantal overleden tachtigplussers onderzocht voor de periode 1995-2018. Op grond van dit model kan worden geschat tot hoeveel extra sterfgevallen een lange griepepidemie kan leiden. Een week langer griep betekent een stijging van het aantal overleden tachtigplussers met 240. In de vorige winter duurde de griepepidemie 18 weken, terwijl dat gemiddeld 10 weken is. Dit betekent dat volgens het rekenmodel de lange periode met griep in de winter van 2017- 2018 tot tweeduizend meer overlijdensgevallen onder tachtigplussers heeft geleid dan in een gemiddelde winter.

Joop de Beer, NIDI, e-mail: beer@nidi.nl

Literatuur

Nivel (2018),
Hoe lang duurt een griepepidemie? 29 maart 2018.
RIVM (2018),
Monitoring sterftecijfers Nederland, Bilthoven.

Artikel



Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken