Foto: Jean Beaufort / PublicDomainPictures.net

De zorgen van Europeanen over klimaatverandering en beleid

PAULA KRÜCK & ESMA BETÜL SAVAŞ | 30 oktober 2026 | DEMOS jaargang 42, nummer 7 - Oktober 2026
De meeste Europeanen maken zich zorgen over klimaatverandering en vinden dat vooral bedrijven en overheden – en niet zozeer individuen – in actie moeten komen. Echter, mensen weten niet veel over het klimaatbeleid dat hun eigen overheid al heeft ingevoerd, en ze zijn onzeker in hoeverre zij hun eigen levensstijl moeten veranderen.

In 2019 lanceerde de Europese Unie de zogenoemde ‘Green Deal’: een pakket aan maatregelen dat erop gericht is Europa tegen 2050 klimaatneutraal te maken. Sindsdien zijn private investeringen in klimaatmaatregelen snel toegenomen en bereikten ze in 2023 een totaal van 138 miljard euro. Toch zijn de meeste EU-landen nog ver verwijderd van het halen van de doelstellingen waartoe ze zich hebben verbonden. Klimaatverandering behoort tot een van de drie belangrijkste zorgen van Europeanen, alleen oorlog en armoede worden belangrijker geacht. Maar het gevoel is dubbel. In vergelijking met 2019 beschouwen minder mensen het klimaat vandaag de dag als een “ernstig probleem”. Tegelijkertijd geven veel Europeanen aan dat ze wel persoonlijk de gevolgen van een veranderend klimaat ervaren en klimaatmaatregelen zowel noodzakelijk als gunstig vinden voor de samenleving en de economie. Dat de bezorgdheid over klimaat als maatschappelijk probleem afneemt terwijl men persoonlijk meer met de gevolgen wordt geconfronteerd, is een verrassende constatering, die nieuwsgierig maakt hoe het nu gesteld is met de zorgen. Om inzicht te krijgen in hoe Europeanen tegen klimaatverandering aankijken, hebben we daarom gebruik gemaakt van gegevens van de European Social Survey (zie kader) uit 11 Europese landen voor de jaren 2024 en 2025. Op basis van deze gegevens onderzoeken we de vraag: wie houden Europeanen verantwoordelijk voor de aanpak van klimaatverandering, en zijn er verschillen tussen Europeanen in hun kennis over beleid en hun verwachtingen dat zij hun levensstijl moeten veranderen om de opwarming van de aarde tegen te gaan?

Zorgen over klimaatverandering

De bezorgdheid over klimaatverandering is in heel Europa groot, maar niet overal in gelijke mate. Van de 9.533 ondervraagden (allen 18 jaar of ouder) gaf bijna de helft aan op zijn minst enigszins bezorgd te zijn; ongeveer een derde zei zeer of uiterst bezorgd te zijn, en minder dan een op de vijf gaf aan zich helemaal geen zorgen te maken. Figuur 1 laat zien hoe binnen Europa de bezorgdheid over het klimaat verdeeld is. In Portugal is ongeveer 16 procent van de mensen uiterst bezorgd; vergelijkbare percentages zien we in Frankrijk, Oostenrijk en Groot-Brittannië. Daarnaast zijn er landen als Finland en Slovenië, waar de bezorgdheid minder extreem is, maar waar toch drie op de vier burgers zich op zijn minst enigszins zorgen maken.

Figuur 1. Aandeel respondenten naar mate van bezorgdheid over klimaatverandering, per land

Het beeld is anders in Polen en IJsland: daar geeft ongeveer een derde van de respondenten aan zich helemaal niet of slechts in geringe mate zorgen te maken – een veel groter deel dan elders in het onderzoek. Tsjechië laat het meest ambivalente beeld zien waar even grote groepen uiterst bezorgd zijn als groepen die zich helemaal geen zorgen maken.

Kortom, de nationale context speelt een grote rol; de bezorgdheid over het klimaat wordt gevormd door een combinatie van factoren, zoals de mate waarin een land wordt blootgesteld aan de gevolgen van klimaatverandering, de economische situatie, het politieke debat en het beleidsklimaat. Portugezen of Fransen maken zich meer zorgen dan anderen en dat kan te maken hebben met hun grotere blootstelling aan extreem weer, zoals hittegolven. De geringere bezorgdheid in Polen en Tsjechië kan bijvoorbeeld worden verklaard door hun afhankelijkheid van steenkool voor energie. In het politieke debat wordt de urgentie van klimaatverandering vaak gebagatelliseerd en krijgen economische kwesties voorrang.

Wie is verantwoordelijk voor de oplossing?

Tussen 2010 en 2023 verkleinden de meeste EUlanden hun ecologische voetafdruk (uitgedrukt in CO2-uitstoot) per persoon; deze maatstaf geeft de hoeveelheid kooldioxide-uitstoot weer die voortkomt uit de activiteiten van individuen. Volgens Eurostat wisten Finland, Zweden en Luxemburg hun voetafdruk elk met meer dan 35 procent te verkleinen. Andere landen bewogen in de tegenovergestelde richting: de uitstoot per persoon steeg juist in Roemenië, Kroatië en Bulgarije, met wel 10 procent. Een belangrijk nuanceverschil is dat in 2023 de uitstoot door huishoudelijke consumptie – alledaagse zaken als verwarming, autorijden en winkelen – in 21 EU-landen groter was dan de uitstoot door productie (bedrijven, industrie en overheid). De belangrijkste bronnen hiervan zijn de levering van elektriciteit en gas, de productie-industrie en huishoudelijke activiteiten. Nederland is hier een duidelijk voorbeeld van: de gemiddelde voetafdruk bedraagt 9,4 ton broeikasgas per persoon, waarbij de verdeling tussen consumptie door burgers en productie door bedrijven vrijwel gelijk is. Hoewel de voetafdrukken over het algemeen kleiner worden, blijft de uitstoot hoog. Er is dus nog volop ruimte voor overheden, het bedrijfsleven en individuen om de uitstoot verder terug te dringen en zo de Europese klimaatdoelstellingen te halen. Alle geledingen van de samenleving hebben hierin een taak, maar wie wordt er door het publiek eigenlijk verantwoordelijk gehouden voor het tegengaan van klimaatverandering?

Toen Europeanen werd gevraagd in hoeverre verschillende partijen (overheden, het bedrijfsleven en zijzelf) verantwoordelijk zijn voor de aanpak van klimaatverandering, stond het bedrijfsleven bovenaan (zie figuur 2). Bijna de helft van de respondenten gaf aan dat bedrijven en de industrie een “grote mate” van verantwoordelijkheid dragen. Overheden eindigden op de tweede plaats; ongeveer een derde kende hen diezelfde hoge mate van verantwoordelijkheid toe. Individuen schatten hun eigen verantwoordelijkheid echter het laagst in: minder dan een op de vijf mensen gaf aan persoonlijk een grote verantwoordelijkheid te dragen. Opvallend genoeg voelden respondenten zich – hoewel het eigen consumptiegedrag in veel landen gezamenlijk ongeveer net zo sterk bijdraagt aan de uitstoot als de bedrijfssector – persoonlijk minder verantwoordelijk voor het oplossen van het probleem. Figuur 2 bevestigt dit patroon in de verschillende landen. Daarnaast sprongen enkele landen eruit waar men zich over de hele linie verantwoordelijk voelde: in Finland, Frankrijk en Portugal werden alle drie de groepen, inclusief zichzelf, als zeer verantwoordelijk beschouwd. Tsjechië, IJsland en Polen bevonden zich aan het andere uiterste, met het laagste algehele verantwoordelijkheidsgevoel.

Figuur 2. In hoeverre vindt u het de verantwoordelijkheid van de nationale overheid/bedrijfsleven/uzelf om klimaatverandering tegen te gaan? Gerangschikt naar persoonlijke verantwoordelijkheid

Er is echter een opmerkelijk verschil dat schuilgaat achter de meningen: mensen verwachten weliswaar dat oplossingen van de overheid komen, maar zij weten weinig over het beleid dat al van kracht is. Ongeveer 70 procent van de respondenten in heel Europa gaf aan nog nooit van het klimaatbeleid van hun eigen land te hebben gehoord of weten maar heel weinig hierover. Slechts zo’n 2 procent zegt het beleid goed te begrijpen. Finse, Britse en Oostenrijkse respondenten waren het best geïnformeerd; Hongaarse, Portugese en Sloveense respondenten het minst. Kortom, bezorgdheid over klimaatverandering betekent niet automatisch dat men ook op de hoogte is van het klimaatbeleid. Met andere woorden, voor overheden is het lastig om maatschappelijk draagvlak te creëren voor effectief klimaatbeleid als mensen niet weten dat het bestaat.

Klimaatbeleid en eigen levensstijl

Hoewel mensen zichzelf niet persoonlijk verantwoordelijk achten voor het beperken van de gevolgen van klimaatverandering, kan klimaatbeleid hun dagelijks leven wel degelijk veranderen. Belastingen kunnen bijvoorbeeld de kosten van vlees eten of vliegen verhogen, wat mogelijk leidt tot veranderingen in consumptie- of reisgedrag. Deze veranderingen kunnen inhouden dat men comfort moet opgeven of extra kosten moet maken, maar ze kunnen op termijn ook bijdragen aan een leefbaardere wereld. Maar zijn mensen zich ervan bewust dat klimaatmaatregelen hun dagelijks leven op allerlei manieren kunnen veranderen? En zo ja, beschouwen ze dat als een positieve of negatieve verandering? Op de vraag in hoeverre het klimaatbeleid van hun regering een verandering van hun levensstijl zou vereisen – op een schaal van 0 tot 10 – kwamen de meeste Europeanen ergens in het midden terecht: meer dan de helft verwacht op zijn minst matige veranderingen (score 3-6), waaronder een aanzienlijk aantal dat ingrijpende veranderingen verwacht (score 7-10). Inwoners van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, België en Polen verwachtten de grootste veranderingen; inwoners van Portugal en Oostenrijk de kleinste.

Aan degenen die een verandering in hun levensstijl verwachtten (score hoger dan 1), werd vervolgens gevraagd of zij dachten dat die verandering een positieve of negatieve invloed op hun dagelijks leven zou hebben. Uit figuur 3 blijkt dat ongeveer de helft verwachtte dat de invloed noch positief, noch negatief zou zijn. Van de overige respondenten neigde een iets groter deel naar een positieve dan naar een negatieve verwachting: 27 procent verwachtte een positieve invloed, tegenover 21 procent die een negatieve invloed verwachtte. Dit kan wijzen op een voorzichtige afwachtende houding, in plaats van op uitbundig optimisme of een negatieve reactie. Hongarije, Portugal en Finland waren het meest optimistisch over de gevolgen van deze veranderingen voor het dagelijks leven, terwijl België, Tsjechië en Polen het meest negatief waren.

Figuur 3. Het aandeel respondenten dat verwacht dat het klimaatbeleid hun levensstijl op positieve of negatieve wijze zal veranderen, gerangschikt naar negatief oordeel

Conclusies

Europeanen maken zich in grote meerderheid zorgen over klimaatverandering; de lastigere vraag is wat daaruit voortvloeit – als er al iets uit voortvloeit. Op de vraag wie verantwoordelijk is voor het tegengaan van klimaatverandering, keken mensen in heel Europa naar anderen en legden ze het grootste deel van de verantwoordelijkheid bij de private sector en de overheid. Deze verwachting gaat echter gepaard met een opvallend gebrek aan kennis: ongeveer 70 procent had nog nooit van het klimaatbeleid van het eigen land gehoord of wist er maar heel weinig van. Ook verwachten mensen slechts beperkte veranderingen in hun eigen levensstijl als gevolg van dit beleid. Deze bevindingen zijn lastig met elkaar te rijmen: de verantwoordelijkheid wordt bij de overheid gelegd, maar de kennis over wat de overheid doet is gering en de verwachte persoonlijke impact is klein. Dit verklaart mede waarom de bezorgdheid afneemt, ondanks de persoonlijke blootstelling aan de gevolgen: klimaatbescherming kan vreemd genoeg ver afstaan van het dagelijks leven wanneer mensen zelf niet verwachten veel te veranderen en bovendien niet weten wat anderen namens hen ondernemen.

Literatuur

KNAW Logo
Cookie consent
This website makes use of third party cookies for traffic analysis. Privacy statement.