Een ongeluk zit in een klein hoekje. Wie oud wordt of familieleden heeft die een hoge leeftijd hebben bereikt weet hoe waar dit gezegde is en hoe fragiel het leven kan zijn. Een trap, een losliggende stoeptegel of een duizeling, ze kunnen allemaal een lelijke val veroorzaken. En in een groot aantal gevallen herstellen velen van zo’n val. Maar in toenemende mate is een ongelukkige val een doodsoorzaak, zoniet een van de belangrijkste doodsoorzaken, zeker vanaf het tachtigste levensjaar. Nederland heeft de twijfelachtige eer om tot de Europese top te behoren – zie linker figuur (a). Zo’n dodelijke val wordt geregistreerd als iemand overlijdt binnen dertig dagen na een ongeval waarbij deze persoon onopzettelijk valt, struikelt of uitglijdt.

De grote vraag is natuurlijk: waarom is dit cijfer zo hoog in ons land? De Europese data van Eurostat gaan helaas niet zo ver terug in de tijd om een goede ontwikkeling te ontwaren. Gelukkig heeft het CBS deze gegevens wel voor ons land vanaf 1950. In figuur (b) zien we die ontwikkeling voor twee leeftijdsgroepen – de 80-plussers en de 65-80-jarigen. De figuur laat een opvallende ontwikkeling zien. Voor de 80-plussers zien we een sterke stijging tussen 1950 en 1970, gevolgd door een even sterke daling van 1970-1995. Daarna blijft het cijfer tot ongeveer 2010 stabiel, om vanaf die tijd in rap tempo te stijgen om in 2024 zelfs het hoogste sterftecijfer uit 1970 te overtreffen. Gemeten vanaf het beginjaar 1950 is dit sterftecijfer bijna verdrievoudigd! Wat speelt hier een rol? We weten dat we niet alleen langer leven dan in het verleden, maar ook dat we langer alleen leven, vooral vanaf leeftijd 80. Ook zijn we veel actiever op hoge leeftijd, waardoor het risico op een val groter wordt.
De schommeling van de sterfte door een dodelijke val is echter moeilijker te doorgronden. Een mogelijke verklaring kan het veranderende woon- en zorgbeleid over deze periode zijn. Ouderen werden, met oog op de woningnood in de naoorlogse jaren, aangemoedigd om door te stromen naar een bejaardentehuis. Vanaf het midden van de jaren zeventig veranderde dit beleid geleidelijk en werd het adagium voor ouderen steeds meer om langer zelfstandig thuis te wonen. Tegelijkertijd zagen we periodes van bezuinigingen in de zorg, en in toenemende mate een terugtredende overheid in ouderenzorg. Het is aannemelijk dat deze veranderingen invloed hebben op het gedrag en de gezondheidssituatie van ouderen. Bij het trekken van conclusies over het verloop van deze trends blijft voorzichtigheid echter geboden. Doorgaans is er sprake van een samenspel van factoren en is er geen eenduidige oorzaak in het spel. Maar de stijgende lijn in sterfte onder ouderen als gevolg van een val is geen goed teken.
Harry van Dalen, NIDI-KNAW / Rijksuniversiteit Groningen en Tilburg University, e-mail: dalen@nidi.nl
