Foto: 1920 Europe / Pixabay

Afrikaanse migratiedruk op Europa zal voortduren

HARRY VAN DALEN | 29 mei 2020 | DEMOS jaargang 36, nummer 5 - mei 2020
Wereldwijd is de wens om te emigreren het hoogst in Afrika. Hoewel Afrikaanse migranten grotendeels binnen Afrika blijven, is er een stijgende trend om een bestemming buiten Afrika, in het bijzonder Europa, te zoeken. Vooralsnog zijn de tekenen dat de Afrikaanse migratiedruk op Europa zal voortduren.

Internationale migratie is en blijft een heet hangijzer. Naast oorlogsgebieden zoals Syrië en Irak, wordt vooral Afrika gezien als een bron van migranten die naar het westen komen. Sommige politici reppen zelfs van een “demografische tsunami” die onze kant op zou komen. Deze Afrikaanse migratiestroom en de daaruit voorvloeiende gevolgen worden door anderen weer gerelativeerd. Zo wordt gezegd dat het gros van de migratie binnen Afrika plaatsvindt en dat Europa daar niet veel van zal merken. Het ligt voor de hand om de cijfers erbij te halen, hetgeen in het geval van migratie echter geen eenvoudige opgave is. Migratie wordt slecht geregistreerd en de ervaring leert dat het voorspellen van migratie een hachelijke zaak is. De migratiecijfers die we doorgaans te zien krijgen zijn vaak ingenieuze pogingen om achteraf de stand van zaken en de migratiestromen in kaart te brengen. In deze bijdrage wordt een poging ondernomen om cijfermatig grip te krijgen op de Afrikaanse migratiestroom richting Europa, en hoe deze zich verhoudt tot de globale migratiestroom.

Hoeveel migreren en waarheen?

De cijfers die over internationale migratie voorbij komen betreffen vaak aantallen immigranten die zich in een land bevinden, en niet hoeveel migranten er in een bepaalde periode bijgekomen of vertrokken zijn. Voor een discussie over migratiestromen zijn dergelijke cijfers echter essentieel. In 2019 registreerde de Verenigde Naties (VN) 272 miljoen migranten wereldwijd, waarvan er 56 procent in de ontwikkelde landen verbleef. Dat is een indrukwekkend getal, maar enige kanttekeningen zijn op de plaats. Zo zijn er bijvoorbeeld immigranten die al lange tijd in een ander land wonen en daar volledig zijn ingeburgerd. Die worden in dezelfde cijfers meegeteld als migranten die in het afgelopen jaar zijn binnengekomen en met moeite een weg weten te vinden. De roep om betrouwbare wereldwijde gegevens over migratiestromen die zowel het land van bestemming als het land van herkomst geven is groot. De beschikbare data waar nu mee wordt gewerkt vertonen echter grote gebreken. Onderzoekers van het Weense Wittgenstein Centre hebben geprobeerd om migratiestromen in de wereld te schatten. Zij hebben de bilaterale stromen tussen 196 landen geschat op basis van opeenvolgende cijfers over het aantal migranten in de betreffende landen (standgegevens). De cijfers zijn daardoor vergelijkbaar tussen landen en geven weer hoeveel mensen er over een vijfjaarsperiode van woonland zijn gewisseld. Die cijfers zijn in het navolgende gebruikt. Ze bieden een veelkleurig beeld van wat er in de wereld gebeurt, maar zijn natuurlijk ook met onzekerheid omgeven.

Tabel 1 bevat een grove specificatie van de migratiestromen binnen en vanuit Afrika. De belangrijkste conclusie is dat veel Afrikanen migreren, maar in hoge mate binnen Afrika blijven. De absolute migratiestroom was in de jaren negentig veel groter dan tussen 2000-2010; maar duidelijk is te zien dat een steeds groter percentage emigreert naar Europa (van 9% naar 30%), en dat in de loop der tijd de interne migratie (binnen Afrika) is afgenomen (van 78% naar 50%). Als we naar aantallen kijken die van Afrika naar Europa komen over de periode 1990-2010 is er sprake van een ruime verdubbeling.

Tabel 1. Samenstelling van Afrikaanse migratiestroom naar bestemmingsregio, 1990-2010 (berekend over vijfjaarsperioden)

Emigratiewensen

De hierboven gepresenteerde cijfers in tabel 1 geven een indruk van de bestemming van de migrantenstroom, maar voor wie de actualiteit zoekt zijn deze cijfers weinig specifiek en mogelijk gedateerd. Onderzoek op basis van VN-(stand)cijfers suggereert dat tussen 2010 en 2017 de trend richting Europa alleen maar sterker is geworden, maar echte stroomcijfers ontbreken helaas. Een alternatieve manier om de migratie in kaart te brengen is door gebruik te maken van migratie-intenties. Ook bij het interpreteren van deze cijfers past echter enige voorzichtigheid, want intenties worden zelden volledig gerealiseerd. Ze bieden echter wel een interessante blik die dichter op het heden zit en die ook meer diepte geeft. Het internationale onderzoeksbureau Gallup presenteert van tijd tot tijd migratieintentiecijfers op basis van een representatieve steekproef onder de (volwassen) bevolking in verschillende landen in de wereld.

Tabel 2 laat in een oogopslag zien hoe de emigratiegeneigdheid in de wereld zich heeft ontwikkeld vanaf 2007. Wat opvalt is dat het verlangen om naar een ander land te verhuizen het hoogst is in Sub-Saharaans Afrika, waar de laatste jaren ongeveer 33 procent van de volwassen bevolking weg wil. In 2007-2009 was die ambitie nog vijf procentpunten hoger. In Noord-Afrika en het Midden-Oosten is de wens om te emigreren minder hoog. De emigratiewens binnen de Europese Unie is redelijk stabiel maar ook redelijk hoog (20%), hetgeen vooral op het conto van bewoners van Oost-Europese landen te schrijven is. De emigratiewens in Noord-Amerika was tot voor kort heel stabiel (10%) maar sinds het aantreden van president Trump is dat cijfer flink gestegen, vooral onder jongeren.

Tabel 2. Waar is de neiging onder de bevolking om te emigreren het hoogst? Percentage volwassenen dat aangeeft dat men wil emigreren

Deze cijfers zijn gebaseerd op vragen die tamelijk ‘zachte’ wensen meten; we kunnen tabel 2 dan ook interpreteren als een stil verlangen of wensdenken. Het nadrukkelijk bevragen van intenties of plannen om te vertrekken zou een beter beeld geven van wat men kan verwachten. Uit onderzoek blijkt dat deze emigratie-intenties veel lager zijn dan de stille aspiraties. Zo laat onderzoek van de International Organization for Migration (IOM) zien dat voor de periode 2010- 2015 wereldwijd 66 miljoen mensen (1,3% van de wereldbevolking), plannen had om te emigreren, doch dat ongeveer een derde van deze groep (23 miljoen) echt voorbereidingen hiervoor had getroffen.

Deze bevinding suggereert dat de cijfers van Gallup – 13 à 15 procent van de wereldbevolking wil emigreren – met de nodige slagen om de arm geïnterpreteerd moeten worden. Toch bevatten deze cijfers wel degelijk informatie, omdat emigratiewensen – of het nu om dagdromen gaat of werkelijke plannen – aangeven dat er onvrede heerst in deze landen en dat die onvrede mogelijk wordt omgezet in migratie. Die onvrede blijkt nadrukkelijk uit de Gallup-cijfers als we onze aandacht richten op individuele landen (zie figuur 1). Politieke brandhaarden of ‘failed states’ als Sierra Leone of Liberia figureren prominent in de top van de figuur, waar tussen 60 en 70 procent van de inwoners ervan droomt om weg te gaan. Afrika telt nogal wat van deze instabiele landen, hetgeen een belangrijke verklaringsbron is waarom de omvang van migratiestromen zo onvoorspelbaar is. Voor Europa is Afrika een belangrijke bron van migranten, niet alleen door de geografische nabijheid maar ook door de oudkoloniale banden en gevestigde groepen migranten die voor ketenmigratie zorgen.

Figuur 1. Afrikaanse landen met de hoogste emigratiewens onder volwassenen, 2010-2017

Voortdurende migratiedruk

Afrika is een bron van zorg op velerlei terreinen. De bovenstaande cijfers over ‘failed states’ laten al zien dat een wankele staat een bron van emigratie kan zijn, maar daarnaast gaan de zorgen ook over klimaatverandering die in toenemende mate maakt dat landen onbewoonbaar worden, het gebrek aan perspectief op werk, en de vruchtbaarheid die op een relatief hoog niveau blijft steken in Sub-Saharaans Afrika. Al deze ontwikkelingen leiden tot een grotere emigratiedruk. Vooral Europa zal daar de gevolgen van zien.

De krachten die migratiedruk veroorzaken zijn divers, maar vooral bevolkingsgroei is een drijvende kracht. Onder Afrikaanse jongeren (20-30 jaar) is de migratiegeneigdheid groot. Gegeven dat dit continent de komende decennia een relatief jong continent zal blijven kan men verwachten dat de migratiedruk vanuit Afrika hoog zal zijn. Momenteel telt Afrika 1,3 miljard inwoners (figuur 2). Dit zal volgens de VN groeien tot 4,3 miljard in 2100, met als onzekerheidsvarianten bijna zes miljard als de vruchtbaarheid hoog blijft, en drie miljard als de vruchtbaarheid lager wordt dan verwacht. Nigeria wordt bijvoorbeeld naar verwachting het derde grootste land in de wereld in 2100 (na India (1,5 miljard) en China (1,1 miljard)): nu 206 miljoen inwoners en dan 733 miljoen. Nigeria behoort momenteel alleen al door zijn omvang wereldwijd tot het topland van emigranten: 3,8 miljoen Nigerianen hadden bijvoorbeeld in de periode 2010-2015 emigratieplannen, waarvan 1,3 miljoen al voorbereidingen hadden getroffen. Een studie van het IOM onder Nigeriaanse migranten geeft duidelijk aan dat gebrek aan economische ontwikkeling en werkloosheid als de belangrijkste argumenten werden aangevoerd om te emigreren.

Figuur 2. Ontwikkeling van bevolkingsomvang in Afrika (1950-2020) en verschillende scenario’s tot 2100

Nigeria is exemplarisch voor veel Sub-Saharaanse Afrikaanse landen. De drang om te emigreren is groot. Uiteraard zullen niet alle migratiewensen of -dromen en de meer concrete migratieplannen omgezet worden in feitelijke migratie. De gevaarlijke reis van Sub-Saharaanse landen naar Noord-Afrika en de risicovolle oversteek van de Middellandse Zee is een belangrijke reden. Maar de drang om naar Europa te komen, ook langs deze gevaarlijke route, is groot. Een recent rapport van de VN registreert op basis van interviews met duizenden Afrikaanse migranten die langs illegale en gevaarlijke wegen Europa hebben bereikt een enorme eensgezindheid: 93 procent van hen zou deze stap zo weer ondernemen. Allereerst om een beter leven op te bouwen, maar ook vaak uit een behoefte om een achterblijvende familie in Afrika te onderhouden.

Moeizame antwoorden

Het zoeken naar geloofwaardige antwoorden op deze ontwikkelingen is niet eenvoudig. Wetenschappers en beleid zijn de afgelopen decennia in slaap gesukkeld met de gedachte dat het probleem van bevolkingsgroei een opgelost probleem was. Demografen als John Bongaarts hebben echter keer op keer benadrukt dat dit probleem helemaal niet tot het verleden behoort, waarbij vooral de hoge bevolkingsgroei in Sub-Saharaans Afrika de zwakke stee is. Bevolkingsbeleid zou in het beperken van de bevolkingsgroei weleens een tweesnijdend zwaard kunnen zijn: het komt tegemoet aan kinderwensen van vrouwen en zou de binnenlandse armoede kunnen verlichten én het zou een bijdrage kunnen leveren in het temperen van een van de drijvende krachten achter de klimaatverandering. Het bevolkingsbeleid gaat echter nog steeds gebukt onder het imago van dwang en onethische praktijken uit het verleden. Bevolkingsbeleid is echter maar een deel van het antwoord. Wanneer er structureel iets mis is met een land of een regio dan zal alle goed bedoelde steun aan bevolkingsprogramma’s toch niet meer dan een duwtje in de goede richting betekenen. De echte antwoorden (denk aan positie en rechten van de vrouw, kwaliteit democratie/bestuur, perspectief op werk) zullen toch vanuit Afrika zelf moeten komen.

Harry van Dalen, NIDI-KNAW, Rijksuniversiteit Groningen en Tilburg University, e-mail: dalen@nidi.nl

Literatuur

KNAW Logo
Cookie toestemming
Deze website maakt gebruik van cookies van derde partijen voor analyse van dataverkeer. Privacyverklaring.