Vijftig jaar NIDI: 50 jaar bevolkingsvraagstukken

LEO VAN WISSEN | 27 maart 2020 | DEMOS jaargang 36, nummer 3 - maart 2020
Het NIDI bestaat dit jaar 50 jaar. Het instituut heeft in die jaren beleid en publiek geïnformeerd over actuele bevolkingsvraagstukken en wetenschappelijk onderzoek gedaan. Directeur Leo van Wissen geeft een inkijkje in constanten en veranderingen in het bestaan van het NIDI.

Op 17 juni 2020 bestaat het NIDI precies 50 jaar. Die verjaardag wordt door het instituut uitgebreid gevierd, en daar is alle reden toe. Het NIDI werd in 1970 opgericht omdat er toen ook al zorgen waren over de demografische ontwikkelingen in Nederland, al waren dat wel andere zorgen dan vandaag. De Nederlandse bevolking telde toen 13 miljoen mensen, maar bevolkingsgroei werd als een groot probleem ervaren. Dat kwam niet voort uit zorgen over immigratie maar vanwege het grote geboorteoverschot. Tegelijkertijd werden op grote schaal arbeidsmigranten geworven voor de Nederlandse industrie. Vandaag zijn er bij velen juist zorgen over het hoge migratieoverschot.

De doelstelling bij de oprichting van het NIDI was tweeledig: fundamenteel onderzoek doen naar bevolkingsvraagstukken, en tevens het informeren van de Nederlandse bevolking en het beleid over de resultaten van demografisch onderzoek dat een bijdrage zou kunnen leveren aan het oplossen van met de bevolkingsontwikkeling samenhangende maatschappelijke vraagstukken. Die twee doelstellingen vormen nog steeds de pijlers van het NIDI. Demos – in iets andere vorm als NIDI bulletin gestart in 1971 – is daarbij altijd heel belangrijk geweest. Een korte terugblik op de geschiedenis van het NIDI is niet alleen interessant als inkijkje in wat het instituut in de afgelopen halve eeuw zoal heeft uitgevoerd, maar ook als illustratie van de verschuiving van de maatschappelijke belangstelling naar verschillende aspecten van demografische vraagstukken.

Bevolkingsgroei

Wie aan de toekomst van onze samenleving denkt, denkt bijna ook automatisch aan bevolkingsprognoses. Dat was in 1970 niet anders dan nu. Het hoge geboortecijfer in de jaren zestig (3 kinderen per vrouw in 1965, en nog altijd 2,6 in 1970) leidde tot de grote vrees dat de Nederlandse bevolking te groot zou worden. In 1965 bracht het CBS een bevolkingsprognose uit van 21 miljoen inwoners in het jaar 2000. Dat was geen fijn vooruitzicht in het dichtstbevolkte land van Europa, vonden beleidsmakers en inwoners. Weinigen konden op dat moment bevroeden dat nog geen 10 jaar later het aantal kinderen per vrouw gedaald was naar 1,6-1,7, om daar tot op de dag van vandaag nauwelijks meer vanaf te wijken. Die grote verandering hing samen met wat demografen de Tweede Demografische Transitie noemen. Met die belangrijke ontwikkeling heeft het NIDI, met name haar eerste directeur professor Dirk J. van de Kaa, zich in de eerste periode sterk onderscheiden. De Tweede Demografische Transitie viel samen met de sterke individualisering in de samenleving in de jaren zestig en zeventig, waardoor jongeren heel anders gingen denken over trouwen en kinderen krijgen. NIDI-onderzoek in de jaren zeventig en tachtig heeft veel bijgedragen aan een beter begrip van de demografische veranderingen in die tijd. Ook op methodologisch terrein heeft het NIDI in die tijd baanbrekende bijdragen geleverd. De eenvormige traditionele levensloop werd vervangen door vele individuele levenslopen en naast het huwelijk ontstonden alternatieve vormen van samenleven. De levensloop werd een belangrijk theoretisch kader voor het NIDI-onderzoek.

Vergrijzing en migratie

De jaren tachtig werden gekenmerkt door twee demografische thema’s. Allereerst waren het crisisjaren waarin de werkloosheid sterk steeg en de gedachte was dat oudere werknemers terug moesten treden om jongeren een kans te geven. Demografisch onderzoek richtte zich op de vergrijzing en de arbeidsmarkt, in het bijzonder op vervroegde pensionering. Pensionering is nog steeds een actueel NIDI-thema, maar nu gaat het vooral om de voorwaarden voor en gevolgen van langer doorwerken. Een tweede belangrijk demografisch thema werd migratie. Ondanks de crisis was het migratiesaldo hoog, door de volgmigratie (gezinshereniging) van de arbeidsmigranten uit de jaren zestig en zeventig uit voornamelijk Marokko en Turkije. Het migratiethema is belangrijk gebleven voor het NIDI, tot aan de dag van vandaag. Het karakter van de migratie sterk is echter wel sterk veranderd, door uitbreiding van de EU, asielstromen, en nieuwe arbeidsmigranten uit vele delen van de wereld.

Met de komst, in 1987, van professor Jenny Gierveld als nieuwe directeur werd een sterker accent gelegd op sociaal-demografische vraagstukken. Zij was haar tijd vooruit met het thema van eenzaamheid; vandaag een belangrijk maatschappelijk probleem. In 2003 werd het NIDI ondergebracht bij de KNAW. Dat leidde tot een sterkere focus op de wetenschap, geleid door de nieuwe directeur professor Frans Willekens. In 2014 werd dat nog versterkt door de affiliatie met de Rijksuniversiteit Groningen. Ondanks die sterkere wetenschappelijke focus is de maatschappelijke opdracht van het instituut onverminderd groot. Dat blijkt onder meer uit de NIDI-bijdragen aan de maatschappelijke discussie over de toekomst van de pensioenleeftijd, of de rol die het NIDI speelt in het door parlement en kabinet gevraagde onderzoek naar de toekomstscenario’s van de Nederlandse bevolking.

De aard van de demografische problemen verandert in de tijd, maar de behoefte aan inzicht in hoe de samenleving er in de toekomst uit zal zien blijft. Met dat vooruitzicht zou het NIDI ook zijn 100ste verjaardag moeten kunnen vieren in 2070.

Leo van Wissen, NIDI-KNAW en Rijksuniversiteit Groningen, e-mail: wissen@nidi.nl

KNAW Logo
Cookie toestemming
Deze website maakt gebruik van cookies van derde partijen voor analyse van dataverkeer. Privacyverklaring.