Foto: Roel Wijnants/Flickr

Waarom deeltijdpensioen (nog) niet aanslaat

HANNA VAN SOLINGE | 30 oktober 2020 | DEMOS jaargang 36, nummer 9 - oktober 2020
Deeltijdpensioen wordt in veel pensioenregelingen als een keuzemogelijkheid aangeboden. En vaak wordt het als een ideale mogelijkheid gezien om een carrière af te bouwen. Toch maken weinig werknemers er gebruik van, maar waarom?

Deeltijdpensioen is een tamelijk nieuw pensioenarrangement en steekt relatief eenvoudig in elkaar: je gaat wat minder dagen werken en over de niet-gewerkte dagen ontvang je pensioen. Deeltijdpensioen heeft echter ook gevolgen voor de hoogte van het uiteindelijke pensioen omdat de werknemer alleen nog pensioen opbouwt over de gewerkte uren. De schaarse cijfers over deze regelingen duiden op een beperkte, maar groeiende deelname. Het NIDI onderzocht onlangs het gebruik van en belangstelling voor deeltijdpensionering en mogelijke belemmeringen om van deeltijdpensioen gebruik te maken onder werknemers van 60 jaar en ouder.

Uit het onderzoek blijkt dat bijna twee derde van de ondervraagde werknemers positieve verwachtingen heeft van deeltijdpensioen. Men denkt dat deeltijdpensioen de werkdruk kan verlagen en dat het door deeltijdpensioen gemakkelijker zal zijn om langer en tot de hogere AOW-leeftijd door te werken. Toch maakt slechts 11 procent gebruik van deeltijdpensioen. Een aanzienlijk deel van de werknemers dat nog geen gebruik maakt, overweegt dat wel. Voor werknemers liggen de belemmeringen voor een belangrijk deel in de institutionele sfeer (men denkt dat het te duur is en dat de regels te ingewikkeld zijn), binnen de organisatie (men denkt dat het in de eigen functie niet goed mogelijk is) en in sociale aspecten (het ontbreekt aan rolmodellen). Ons onderzoek laat opvallende verschillen naar opleiding/ beroepsniveau en sector zien (zie tabel). Werknemers met een lager beroepsniveau (zoals schoonmaker, keukenhulp) zien meer institutionele belemmeringen en obstakels binnen de organisatie. Verder kennen zij minder vaak mensen met positieve ervaringen met deeltijdpensioen dan degenen met een hoger beroepsniveau.

In het onderzoek is ook gekeken naar de opvattingen van werkgevers, en die komen nogal overeen. Werkgevers zien de financiële consequenties van de regeling voor de werknemer als het grootste struikelblok. Daarnaast wordt ook de onbekendheid van de regeling als een belangrijke belemmering genoemd. Overigens zien werkgevers deeltijdpensioen vooral als een privézaak van de werknemer, en wordt deeltijdpensioen in slechts geringe mate actief gestimuleerd binnen de ondervraagde organisaties. Dat doet vermoeden dat werkgevers de belemmeringen in de organisatie niet veel aandacht geven, maar juist als een gegeven beschouwen. Werkgevers lijken hier hun invloed te onderschatten. Bij de werknemers zagen we immers dat belemmeringen in de organisatie wel degelijk een grote rol spelen.

De belangrijkste lessen die uit het onderzoek naar voren komen zijn dat verlies aan inkomen uit werk en een minder hoog pensioen later, het gebruik van deeltijdpensioen in de weg staan en dat belemmeringen op het werk deeltijdpensioen in de ogen van de werknemer onmogelijk maakt. Maar het meest verrassende inzicht is misschien wel dat de werkgever deeltijdpensioen vooral ziet als een privézaak van de werknemer en dit onderwerp ook niet snel zelf zal aansnijden.

Hanna van Solinge, NIDI-KNAW en Rijksuniversiteit Groningen, e-mail: solinge@nidi.nl

Literatuur

KNAW Logo
Cookie consent
This website makes use of third party cookies for traffic analysis. Privacy statement.