Foto: Wolfgang Hasselmann / Unsplash

Column – De schaduwzijde van ‘soort zoekt soort’

30 april 2020 | DEMOS jaargang 36, nummer 4 - april 2020

In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw trouwden hoogopgeleide mannen veelal met laagopgeleide vrouwelijke partners. Veel hoogopgeleide vrouwen waren er immers (nog) niet. Dus koos de dokter voor een verpleegster en de fabrieksdirecteur voor een secretaresse. Wel allemaal van de eigen denominatie, zoals dat hoorde in het verzuilde Nederland van die tijd. De emancipatie veroverde schoorvoetend ook Nederland. Vrouwen begonnen aan een enorme opmars in het onderwijs, terwijl het zuilenstelsel ineenstortte. Bruiloften, begrafenissen en andere familiebijeenkomsten raakten in onbruik als ‘matchmaking events’. In toenemende mate kozen hoogopgeleide mannen en vrouwen voor elkaar als (huwelijks) partner, soms al tijdens de studie en vaak ook in de sfeer van werk of recreatie. Mede daardoor raakten ook laagopgeleiden vooral op elkaar aangewezen. De term opleidingshomogamie werd geboren om dit ‘soort zoek soort’-verschijnsel te labelen. Eenmaal gesetteld spannen hoogopgeleide stellen zich in om hun kroost ook een goede start in het leven te geven: vioolles, hockey, museumbezoek, huiswerkbegeleiding – niets is te veel om de volgende generatie op adequate wijze te ‘lanceren’. En natuurlijk ‘pushen’ zij hun kinderen om een zo hoog mogelijke vervolgopleiding te kiezen. Uiteraard willen ook laagopgeleide ouders het beste voor hun kinderen, maar vaak hebben zij al moeite genoeg de eindjes aan elkaar te knopen en ontbreekt het hen aan voldoende energie, geld en soms ook vaardigheden om ook hun kinderen een vliegende start te geven. Hoe dit ook zij, de kinderen van hoogopgeleiden bevolken vooral havo en vwo met de daaraan gekoppelde doorstroommogelijkheden naar het hoger onderwijs, een mooie plek op de arbeidsmarkt en een plaats in de hogere regionen van de inkomensverdeling. Voor de minder gelukkigen is beroepsonderwijs vaak het alternatief voor wie niet naar havo/vwo kan of mag. En vaak is dan de volgende levensloopstap die naar flexwerk, dat onvoldoende zekerheid biedt voor een hypotheek, zodat alleen het perspectief op een huurwoning resteert en de droom van vermogensvorming in rook opgaat. Rijkdom en (relatieve) armoe cumuleren en de kloof wordt eerder groter dan kleiner. Zo kunnen breed gekoesterde verworvenheden als emancipatie van vrouwen, een stijgend opleidingsniveau en keuzevrijheid op de huwelijksmarkt in combinatie met opleidingshomogamie, leiden tot een zichzelf reproducerende kloof in de samenleving tussen hoog- en laagopgeleiden. Het is een lelijk dilemma voor beleidsmakers, omdat niemand iets doet wat verboden, onoorbaar of ethisch onverantwoord is. Probeer dan beleidsmatig maar eens in te grijpen.

Joop Schippers is hoogleraar Arbeidseconomie aan de Universiteit Utrecht

KNAW Logo
Cookie toestemming
Deze website maakt gebruik van cookies van derde partijen voor analyse van dataverkeer. Privacyverklaring.