Foto: Kashfi Halford / Flickr

Palestijnse arbeidsmarkt uit balans

GEORGE GROENEWOLD & LEO VAN WISSEN | 30 april 2020 | DEMOS jaargang 36, nummer 4 - april 2020
Het Israëlisch-Palestijnse conflict houdt de regio al decennia in zijn greep. Weinig staten zijn zo door oorlogen gevormd en getekend als de Palestijnse staat. Israël heeft een stevige greep op het land, en daarmee ook op de arbeidsmarkt, onder meer door de controle van de buitengrenzen en vestiging van Israëlische nederzettingen. De ontwikkelingen op de Palestijnse arbeidsmarkt worden echter niet alleen bepaald door de geopolitieke situatie, maar ook door de zeer jonge en snelgroeiende bevolking.

De staat Palestina bestaat uit twee geografisch van elkaar gescheiden regio’s, de Gazastrook en de Westoever, en is iets groter dan de provincie Friesland. De Gazastrook en de Westoever zijn tijdens de zesdaagse oorlog in 1967 door Israël veroverd op Egypte en Jordanië. In de Gazastrook en op de Westoever waren na de vestiging van de staat Israël in 1948 veel Palestijnen neergestreken omdat ze hun leefgebied in Israël waren kwijtgeraakt. Na de bezetting werd immigratie uit Israël naar de gebieden gestimuleerd wat periodiek leidde tot protesten onder Palestijnen en tot aanslagen in Israël en daarbuiten. Vredesinitiatieven leidden tot de Oslo-akkoorden (in 1993 en 1995) waarbij werd afgesproken dat als aan veiligheidsgaranties jegens Israël zou worden voldaan, Israël zich zou terugtrekken en het bestuur zou overdragen aan Palestijnse vertegenwoordigers. De animositeit tussen Israëlische en Palestijnse autoriteiten bleef echter voortduren, vooral nadat in 2006 Hamas, een militante anti-Israël partij, de verkiezingen won, de macht in de Gazastrook kreeg en militaire confrontaties met Israël aanging. Desondanks is in het afgelopen decennium een Palestijnse staat tot stand gekomen, erkend door de meeste landen, inclusief Nederland.

Deze politiek-militaire context beïnvloedt de economische ontwikkeling en werkgelegenheid. Ondernemen in de Gazastrook is een uitdaging omdat het gebied omzoomd is door een hoge ‘veiligheidsmuur’ met Israëlische poortwachters. Op de Westoever wordt vervoer van goederen- en personen streng gecontroleerd door het Israëlische leger. Israëlische autoriteiten hebben invloed op verlenen van vergunningen voor bedrijven, kunnen reisbeperkingen opleggen en innen de belastingen voor de Palestijnse autoriteiten. De werkgelegenheid wordt ook nog beïnvloed door de structureel lage arbeidsproductiviteit, kleinschaligheid van bedrijven en beperkte toegang tot bedrijfskrediet.

Hoge bevolkingsgroei

Uit de meest recente volkstelling in de Palestina (zie kader) blijkt dat van de ruim 4,7 miljoen Palestijnen in 2017 er 1,9 miljoen woonden in de Gazastrook en 2,8 miljoen op de Westoever. De bevolkingsdichtheid in de Gazastrook is tien keer hoger dan op de Westoever. Naast de 4,7 miljoen Palestijnen wonen er nog een half miljoen Israëlische immigranten in nederzettingen op de Westoever en ongeveer 300 duizend in Oost- Jerusalem. De Palestijnse bevolking groeit snel als gevolg van traditioneel hoge geboortecijfers. Weliswaar daalde het gemiddeld aantal geboorten per vrouw van ongeveer 8 in 1980 naar 4 in 2017, maar dat is nog altijd hoger dan bijvoorbeeld het geboortecijfer van 3 kinderen per vrouw in Israël en veel hoger dan in veel Europese landen, waar minder dan 2 kinderen per vrouw worden geboren. De bevolkingsgroei wordt verder versterkt door dalende sterftekansen. De Palestijnse staat wordt dan ook gekenmerkt door een zeer jonge bevolking. In 2017 was 68 procent van de bevolking jonger dan 30 jaar en 39 procent zelfs jonger 15 jaar.

De totale bevolking groeide tussen 2007 en 2017 gemiddeld met liefst 2,5 procent per jaar (3,0 procent in de Gazastrook en 2,2 procent op de Westoever). De potentiële beroepsbevolking, hier gedefinieerd als alle personen van 15 jaar en ouder, groeide gemiddeld zelfs met 3,2 procent per jaar (3,6 procent in de Gazastrook en 3,0 procent op de Westoever). Dat zijn forse groeicijfers. In het geval van de Gazastrook zou bij een onveranderd groeicijfer de potentiële beroepsbevolking in bijna twintig jaar verdubbelen van 1,1 naar 2,2 miljoen. Tegenover zo’n groei moet wel een navenante banengroei staan om oplopende werkloosheid te voorkomen.

Grote genderverschillen op de arbeidsmarkt

In 2017 was de arbeidsparticipatie onder de mannelijke beroepsbevolking 74 procent maar onder vrouwen slechts 16 procent. De arbeidsparticipatie onder Palestijnse mannen en vrouwen is tussen 2007 en 2017 met 5 procentpunten toegenomen. Voor omringende landen gelden vergelijkbare cijfers, behalve in Israël waar de arbeidsparticipatie onder mannen 69 procent is en onder vrouwen 59 procent. Het grote verschil in arbeidsparticipatie tussen mannen en vrouwen in Palestina komt voort uit de traditionele opvattingen over de rollen en levenslopen van mannen en vrouwen: jonge vrouwen trouwen na het verlaten van het onderwijs, krijgen kinderen en gaan voor het huishouden zorgen, de rol van de man is die van kostwinner om een gezinsleven financieel mogelijk te maken.

Figuur 1 toont dat dit onder Palestijnse jongvolwassen blijkbaar nog steeds geldt, en maar mondjesmaat veranderd is sinds 2007. De figuur laat per leeftijdsgroep de verdeling zien over de verschillende levensfasen van jongvolwassenen. In de leeftijdsgroep 15-17 zitten zowel jongens als meisjes nog op school. Een deel van de jongens is al wel aan het werk of werkzoekend. Bij werkzoekenden is een onderscheid gemaakt tussen starters (zij die voor het eerst de arbeidsmarkt betreden) en herintreders (zij die al eens een baan hebben gehad). Niet verwonderlijk zijn de meeste jongeren starters op de arbeidsmarkt. Naarmate jonge mannen ouder worden verruilen zij het onderwijs voor de arbeidsmarkt als startende werkzoekende. Uiteindelijk, boven de 25 jaar, is rond de 70 procent van de mannen werkzaam. Het aandeel werkenden is in 2017 overigens lager dan in 2007, en het aandeel werkzoekende starters hoger. Meisjes verlaten het onderwijs in overwegende mate voor onbetaald huishoudelijk werk.

Figuur 1. Levenslooptrajecten van jongvolwassen mannen en vrouwen naar arbeidsmarktpositie en leeftijdsgroep in Palestina in 2007 en 2017

Tegen de achtergrond van de lage arbeidsparticipatie van vrouwen is het verontrustend om te zien dat in 2017 weliswaar de arbeidsparticipatie onder vrouwen gestegen is, maar dat dit zich dat voornamelijk lijkt te vertalen in een toename van het werkloosheidspercentage. Ander onderzoek laat zien dat vrouwen op veel vlakken worden gediscrimineerd op de arbeidsmarkt, dat echtgenoten buitenshuis werken van hun vrouw ontmoedigen en dat het lastigvallen van vrouwen op het werk veel voorkomt. De vrouwen die desondanks werken zijn veelal hoger opgeleide vrouwen (minimaal een universitaire bachelor) die meestal in de onderwijs- en gezondheidssectoren werken.

Hoge werkloosheid, vooral bij jongeren

Tussen 2007 en 2017 was er een wereldwijde economische crisis en herstel. Na oplopende werkloosheid volgde een daling in veel landen. In buurland Israël daalde in die periode het werkloosheidspercentage van 9 naar 4 procent. In buurland Jordanië was er nog lichte stijging van 13 naar 14 procent. Echter in Palestina was de stijging van 22 procent naar 27 procent aanzienlijk groter. In de Gazastrook steeg dit cijfer van 36 naar 48 procent, met andere woorden: ongeveer de helft van de beroepsbevolking is hier werkloos. Op de Westoever bleef het 14 procent. Die grote stijging in de Gazastrook hangt vermoedelijk samen met de reactie van Israël op de periodieke gewelduitbarstingen sinds 2007 tussen militante anti-Israël bewegingen in de Gazastrook en Israël. Een van de reacties van Israël was een economische boycot door de toegang tot de Gazastrook voor personen en goederen sterk te beperken. De oplopende werkloosheid in de Gazastrook weerspiegelt de verslechtering van leefomstandigheden aldaar.

Figuur 2 laat zien wat in 2017 de ruimtelijke verschillen in het werkloosheidcijfer zijn. In het gouvernement Ramallah, waar de hoofdstad is gevestigd, is het werkloosheidscijfer het laagst. In aangrenzende gouvernementen iets hoger. Te zien is ook dat in de gouvernementen van de Gazastrook, aan de kust, de werkloosheidscijfers aanzienlijk hoger zijn.

Figuur 2. Het werkloosheidspercentage per gouvernement, Palestina, 2017

Deze algemene werkloosheidcijfers verhullen dat het cijfer onder starters sterk is gestegen en dat het onder herintreders juist is gedaald. In 2007 waren werkloosheidscijfers van starters en herintreders met 7 procent nog even hoog in beide regio’s. Echter, in 2017 was het werkloosheidscijfer onder starters op de Westoever naar 10 procent gestegen maar in de Gazastrook zelfs naar 39 procent. Daarbij zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen groot. De werkloosheid onder bijvoorbeeld mannelijke starters in de Gazastrook nam toe van 18 procent naar 35 procent, maar onder vrouwelijke starters van 24 procent naar maar liefst 57 procent. Sinds 2007 is de situatie vooral verslechterd onder 15-24-jarigen. In de Gazastrook, zowel onder mannen als vrouwen, is in 2017 ruim 40 procent werkloos en volgt geen onderwijs of training. Op de Westoever is dat ook zo onder vrouwen, terwijl dat onder mannen ‘slechts’ 20 procent is. Daarentegen daalde de werkloosheid onder herintreders van 7 procent naar 4 procent op de Westoever en van 18 procent naar 9 procent in de Gazastrook.

Bevolkingsgroei en banengroei

De verslechterende situatie op de arbeidsmarkt tussen 2007 en 2017 kan in perspectief worden geplaatst door naar onevenwichtigheden tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt te kijken. Figuur 3 laat zien dat de groei van de totale potentiële beroepsbevolking met 735 duizend (374 duizend mannen en 361 duizend vrouwen) aanzienlijk hoger was dan de groei van 436 duizend van de feitelijk beroepsbevolking. Daarmee is het aantal mensen van 15 jaar en ouder dat niet wil, kan of mag werken met bijna 300 duizend toegenomen.

Figuur 3. De groei van de potentiële beroepsbevolking, beroepsbevolking en werkgelegenheid in Palestina tussen 2007 en 2017

Met 284 duizend is de groei van het aantal banen (de vraag naar arbeid) aanzienlijk kleiner dan de groei van de beroepsbevolking (het arbeidsaanbod). Hiermee is de banengroei in de afgelopen tien jaar met ruim 151 duizend achtergebleven waardoor de werkloosheid is toegenomen. De werkloosheid is vooral hoog onder starters, met een stijging van 171 duizend. Deze uitkomsten tonen duidelijk aan dat de positie van jongeren op de arbeidsmarkt verder is verslechterd, vooral van vrouwen. Daarnaast blijkt ook dat het grootste deel van de stijging van de werkloosheid, 126 van de 151 duizend extra werklozen, plaats vond in de Gazastrook. In slechts twee gouvernementen, Ramallah en Salfit, is de werkloosheid gedaald, maar uitsluitend onder mannen.

Uit evenwicht

Palestina is een jonge staat die door Israël stevig in de houdgreep wordt gehouden. Het heeft het een jonge en snelgroeiende bevolking, hetgeen kenmerkend is voor veel landen in het Midden- Oosten. De Palestijnse economie kan die snelle bevolkingsgroei echter niet bijbenen, met als gevolg dat de instromers op de arbeidsmarkt het gelag betalen in de vorm van hoge werkloosheid, vooral in de Gazastrook. Ook de traditionele rolverdeling tussen mannen en vrouwen is een belangrijk kenmerk van Palestijnse samenleving. Hoewel sinds de voorlaatste volkstelling meer vrouwen kiezen voor een arbeidsmarktcarrière na hun schooltijd is hun perspectief vooral werkloosheid, en de kans daarop is alleen maar groter geworden sinds 2007. Omdat de beschreven geopolitieke, demografische en economische ontwikkelingen structureel van aard zijn, zullen er nog wel een aantal volkstellingen overheen gaan voordat de Palestijnse arbeidsmarkt meer in evenwicht raakt.

George Groenewold, NIDI-KNAW, Rijksuniversiteit Groningen, e-mail: groenewold@nidi.nl
Leo van Wissen, NIDI-KNAW, Rijksuniversiteit Groningen, e-mail: wissen@nidi.nl

Literatuur

KNAW Logo
Cookie toestemming
Deze website maakt gebruik van cookies van derde partijen voor analyse van dataverkeer. Privacyverklaring.