Foto: Shalekhet (‘Vallende bladeren’) Joods museum Berlijn / Harry van Dalen

Hoe asielbeleid de Joodse emigratie uit nazi-Duitsland frustreerde

JOHANNES BUGGLE, THIERRY MAYER, SEYHUN ORCAN SAKALLI & MATHIAS THOENIG | 1 oktober 2021 | DEMOS jaargang 37, nummer 8 - september 2021
Hoe belangrijk is asielbeleid als levens op het spel staan? Dit artikel bevat een analyse van het restrictieve asielbeleid van bestemmingslanden in de jaren dertig. De emigratie van Joden in Duitsland werd negatief beïnvloed op directe wijze door gebruik van immigratiequota, maar ook op indirecte wijze, doordat het de werking van sociale netwerkeffecten in migratiebeslissingen frustreerde.

Geweld is een belangrijk drijvende kracht in internationale migratie. In 2019 werden volgens de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHCR) 79,5 miljoen mensen van huis en haard verdreven door oorlogen, burgeroorlogen, massamoorden en andere vormen van vervolging. De Syrische vluchtelingencrisis en de sombere berichtgevingen in de media over asielzoekers die hun weg probeerden te vinden richting ontwikkelde landen gaf aanleiding tot heftige debatten over asielbeleid. Het debat draaide vooral om de vraag hoe ontvangende landen de immigratiestroom zouden kunnen beperken en het aanpakken van de bron van het probleem van de onvrijwillige migratie uit de herkomstlanden. De vluchtelingencrisis voedde de interesse van vele wetenschappers om tal van aspecten onder de loep te nemen. Echter, in deze stroom van onderzoek werd een belangrijke vraag over het hoofd gezien, namelijk: hoe nemen mensen die worden vervolgd en bedreigd de beslissing om hun land te verlaten? Mensen die in omstandigheden van oorlog en geweld leven moeten hun levenskansen in zowel hun woonland als een mogelijk land van bestemming inschatten.

Het bestuderen van hoe individuen hun migratiebeslissingen nemen in dergelijke omstandigheden is zeer moeilijk omdat onderzoekers vaak gedetailleerde data missen die dit proces kunnen ontrafelen, om zo een antwoord te vinden op de vraag wie emigreert en wie achterblijft. De geschiedenis van emigratiebewegingen van Joden in nazi-Duitsland is een zwarte bladzijde in de westerse geschiedenis, tegelijkertijd is het bronnenmateriaal in Duitsland uitgebreid genoeg om de emigratiebeslissingen van individuen in tijden van vervolging en geweld te bestuderen. Ons onderzoek laat zien hoe sociale netwerken de beslissing om te emigreren sterk kan beïnvloeden om zo ook de effecten die van groepsgenoten (‘peers’) uitgaan te kunnen identificeren.

In dit artikel bestuderen we de emigratie van Joodse burgers in nazi-Duitsland tussen 1933, het jaar waarin Hitler de macht greep, en 1941, toen emigratie officieel werd verboden. Joden vormden een kleine gemeenschap – nauwelijks één procent van de Duitse bevolking was Joods – maar ook een hechte gemeenschap in het Duitse interbellum. De sociale banden tussen leden van de Joodse gemeenschap vormde de hoeksteen van het dagelijks leven van Joden. Toen de antisemitische vervolging van Joden door de staat in 1933 zichtbaar werd, werden de sociale banden nog veel belangrijker om zo informatie te delen over de gevaren en bedreigingen van de Duitse overheid, maar ook om emigratieplannen te bespreken en mogelijke bestemmingslanden te overwegen. Een van de vele voorbeelden van deze informatie-uitwisseling kan je terugvinden in brieven en persoonlijke notities, zoals de autobiografie van de Joodse emigrant Kurt Roberg, getiteld A visa or your life. Hij schrijft daarin: “Mijn moeder en haar zussen hadden altijd contact gehouden via wekelijkse brieven. Nu overwegen alle vijf zusters om Duitsland te verlaten.”

Figuur 1 geeft een overzicht van de variatie in het aandeel van Joodse burgers van alle Duitse woonplaatsen waar Joden woonden en die in 1938 emigreerden, het jaar waarin de Kristallnacht plaatsvond: in de nacht van 9 op 10 november 1938 werden Joden en hun bezittingen aangevallen in een door de nazi’s georganiseerde actie (pogrom). Hoe donkerder de bolletjes die de woonplaatsen vertegenwoordigen, des de hoger het percentage Joden dat geëmigreerd is.

Figuur 1. Aandeel Joodse emigranten (in 1938) van de Joodse bevolking in Duitse steden

Sociale netwerken in migratiebeslissingen:
diaspora en exodus

Om de rol van groepsgenoten (‘distant peers’) in het beslissingsproces te bestuderen hebben we de sociale netwerken gereconstrueerd op basis van de geboorteplaats van een persoon en zijn of haar leeftijdsgroep. We veronderstellen dat twee personen die in dezelfde plaats zijn geboren en van een vergelijkbare leeftijd zijn een sociale band hebben. Dit is een redelijke veronderstelling gegeven dat de Gemeinden (gemeenschappen) de centrale plaats van het Joodse sociale leven waren en waar de socialisatie van kinderen plaatsvond. Het belang van het delen van informatie tussen groepsgenoten was in de jaren dertig groot omdat de Joden steeds nadrukkelijker werden vervolgd. En die dreiging zien we ook terug in de data: het is namelijk veel waarschijnlijker dat een persoon emigreert als een van hun groepsgenoten gearresteerd wordt door het nazibewind dan wanneer die arrestatie niet plaatsvond. Echter, niet iedereen reageerde op dezelfde manier op vervolgingspraktijken. Arrestaties van groepsgenoten leidde tot sterkere reacties van individuen die zich voorheen veilig waanden, bijvoorbeeld omdat sommige Joden zich sterk identificeerden met Duitsland of omdat zij woonden in dorpen of steden waar antisemitische sentimenten relatief beperkt waren.

In aanvulling op deze informatie, konden we ook analyseren hoe waarschijnlijk de stap tot emigratie was wanneer groepsgenoten Duitsland hadden verlaten. Twee redenen liggen voor de hand om deze factor in ogenschouw te nemen. Allereerst, omdat een grotere diaspora – de volksverspreiding van een groep in de wereld – de potentiële emigrant kan helpen om de barrières in het migratieproces te nemen. Dit diasporaeffect is een bekend effect dat ook in de huidige migratieliteratuur vaak terugkomt. Ten tweede, kan de emigratie van groepsgenoten ook een duidelijk signaal zijn voor de potentiële emigrant hoe gevaarlijk anderen – die de stap gewaagd hebben – de situatie inschatten. Daarnaast heeft het vertrek van groepsgenoten uit een plaats als gevolg dat de mogelijkheden om geld te verdienen voor de achterblijvers afnemen en neemt het risico op sociaal isolement toe. Dit complex van factoren vergroot de bereidheid of noodzaak om te emigreren. Dit noemen we het exodus-effect.

Terughoudend immigratiebeleid

De rol van het diaspora- en exodus-effect is echter maar één kant van het verhaal, de rol van het vluchtelingen- of immigratiebeleid van bestemmingslanden kan ook een rol spelen. In oktober 1938 had slechts 30 procent van de Joodse burgers de daad bij het woord gevoegd om Duitsland te verlaten. Men kan dit uiteraard wijten aan de onzekerheid en beperkte informatie die Joden hadden over hoe gevaarlijk het Duitsland van dat moment was, maar historici schrijven de relatief beperkte emigratie van Joden in de jaren dertig ook toe aan het restrictieve immigratiebeleid van bestemmingslanden. Net als vandaag de dag, waren toen veel landen extreem terughoudend om vluchtelingen toe te laten en men stelde ook sterk restrictieve immigratieregels in, zoals het gebruik quota (een maximum aan immigranten), werkbepalingen en het verplicht stellen van visa. Deze beleidsmaatregelen konden op veel instemming van de bevolking van mogelijke bestemmingslanden rekenen omdat anti-immigratiesentimenten overheersten. Om een voorbeeld te geven, in juli 1938 werd er in het Franse Evian een conferentie belegd waar 32 landen aan deelnamen om oplossingen te bespreken voor de Joodse vluchtelingencrisis. Men kwam echter niet tot een gezamenlijk gedragen oplossing, waarbij het anti-immigratiesentiment in landen een rol speelde. In figuur 2 zien we de houding van de Amerikaanse bevolking voor en na de Kristallnacht ten aanzien van (Joodse) vluchtelingen. In juli 1938 was er een duidelijke meerderheid (67%) tegen de versoepeling van het migratiebeleid. En in januari 1939 (dus ongeveer twee maanden na de Kristallnacht) toont een andere peiling over opname van vluchtelingenkinderen dat de Amerikaanse bevolking nog steeds tegen immigratie was: 60 procent van de Amerikaanse bevolking vond dat de overheid niet moest toestaan om 10.000 Joodse kinderen op te nemen door Amerikaanse gezinnen.

Figuur 2. Amerikaanse opiniepeilingen vòòr en na de Kristallnacht over immigratie van politieke vluchtelingen

Wat als….

Maar hoe belangrijk waren die immigratierestricties bij het nemen van de emigratiebeslissing? Door de emigratiebeslissing verfijnder te modelleren waarin ook de invloed van migratierestricties is geschat kunnen we simulaties maken en de vraag beantwoorden wat de invloed zou zijn geweest als bijvoorbeeld het asielbeleid in bestemmingslanden niet restrictief maar iets opener zou zijn. De gesimuleerde scenario’s laten bijvoorbeeld zien dat een eenzijdige opening van de grenzen het aantal Joodse migranten dat Duitsland had kunnen verlaten wellicht hoger was geweest. Niet alleen door de werking van het opheffen van een quotum, maar zoals hierboven reeds uiteengezet ook door de werking van het diaspora- en het exodus-effect: een immigratieimpuls zou waarschijnlijk in de loop van de tijd een aantrekkingskracht uitoefenen op de achterblijvers in Duitsland. Het onderscheid van deze twee effecten is wel van belang: het diasporaeffect werkt alleen werkt in de richting van een bepaald bestemmingsland, daar is immers de direct connectie tussen potentiële migrant en een eerder vertrokken groepsgenoot. Echter, dankzij het exodus-effect kan de emigratiegeneigdheid naar alle bestemmingen toenemen. Figuur 3 laat zien hoe groot bijvoorbeeld de immigratiestroom zou zijn geweest bij een mogelijke Amerikaanse versoepeling door 5.000 extra migranten toe te laten in 1936. Indien dit beleid was doorgevoerd, dan zou de stroom van emigranten naar de Verenigde Staten volgens onze simulaties toegenomen zijn van 5.000 in 1936 tot 13.000 tot 1941.

Figuur 3. Waargenomen en gesimuleerde emigratie als het resultaat van een toename van 5.000 emigranten naar de VS in 1936

Anders verwoord, deze historische gegevens doen vermoeden dat door migratiebeperkingen weg te halen het aantal migranten had kunnen doen toenemen naar het land dat zijn grenzen openstelt, en op termijn had dit beleidseffect de totale emigratie naar alle bestemmingslanden kunnen doen toenemen door sociale netwerkeffecten.

Overigens was het verhogen van quota niet het enige beleidsinstrument dat uitkomst had kunnen bieden. Het versoepelen van werkvergunningen zou ook hebben geholpen. Wanneer alle werkrestricties voor vluchtelingen in de ontvangende landen zouden zijn vervallen dan zou dit volgens onze simulaties tot een behoorlijke toename (28 procent) van Joodse emigratie uit Duitsland hebben geleid. Maar ook het verstrekken van financiële hulp, waarover op de conferentie van Evian werd gesproken, had kunnen helpen. De Britse regering, bijvoorbeeld, overwoog om de kolonies van het Britse rijk open te stellen voor migranten en om financiële steun te verlenen in de vorm van het verstrekken van subsidies en leningen aan scheepvaartmaatschappijen die de migranten konden transporteren naar de kolonies. We hebben op basis van historische overtochtprijzen met de boot van Europa naar overzeese bestemmingen bezien wat het mogelijke effect zou zijn geweest. Op basis van onze simulaties zou een subsidie van 50 procent van de overtochtprijs voor alle overzeese bestemmingslanden in 1936, de emigratie met 19 procent hoger zijn uitgekomen.

Conclusies

Hoewel we over een periode van vervolging en verplaatsing spreken die ruim 80 jaar geleden plaatsvond en simulaties met de nodige voorzichtigheid moeten worden behandeld, bieden de bevindingen stof tot nadenken over de moderne vluchtelingencrises. Sommige paralellen zijn groot: een gebrek aan solidariteit van de ontvangende landen met vluchtelingen, sterke anti-immigratie sentimenten en het falen van internationale samenwerking. Op grond van een uniek databestand laten we zien dat zowel de dreiging in het nazi-Duitsland van de jaren dertig als de geslotenheid van bestemmingslanden, in de vorm van immigratiebeperkingen, een rol speelden in de emigratie van Joodse burgers uit nazi- Duitsland.

Dit is een vertaling en bewerking door Harry van Dalen van het artikel (en het onderliggende rapport) getiteld ‘How asylum policies deterred Jewish migration out of Nazi Germany: A quantitative assessment’ van onderstaande auteurs dat eerder werd gepubliceerd op 25 januari 2021 in VoxEU.

Johannes Buggle, Universiteit van Lausanne, e-mail: johannes.buggle@unil.ch
Thierry Mayer, Sciences Po Parijs, e-mail: thierry.mayer@sciencespo.fr
Seyhun Orcan Sakalli, King’s College London, e-mail: seyhun.sakalli@kcl.ac.uk
Mathias Thoenig, Universiteit van Lausanne, e-mail: mathias.thoenig@unil.ch

Literatuur:

KNAW Logo
Cookie toestemming
Deze website maakt gebruik van cookies van derde partijen voor analyse van dataverkeer. Privacyverklaring.