Foto: Priscilla Du Preez / Unsplash

Ingrijpende jeugdervaringen in kaart gebracht

CARLIJN BUSSEMAKERS | 28 februari 2020 | DEMOS jaargang 36, nummer 2 - februari 2020
Tijdens hun jeugd kunnen kinderen te maken krijgen met allerlei ingrijpende ervaringen zoals echtscheiding van ouders, kindermishandeling of chronische gezondheidsproblemen. Een kwart van de Nederlanders heeft meer dan één ingrijpende jeugdervaring meegemaakt. Vooral kinderen van tienermoeders lopen een verhoogd risico om meerdere problemen in hun jeugd mee te maken.

Hoewel het gezin vaak een plek is om je thuis en op je gemak te voelen, kan de thuissituatie voor sommige kinderen ook een bron van stress zijn. Met de toename van het aantal echtscheidingen groeien steeds meer kinderen op in een zogenoemd ‘gebroken gezin’. Bovendien kunnen kinderen thuis met andere negatieve ervaringen geconfronteerd worden. Recent onderzoek van TNO liet zien dat 9 procent van de kinderen in groep 7/8 van de basisschool ooit fysieke mishandeling, zoals geslagen of hardhandig vastgegrepen worden, heeft meegemaakt. Emotionele mishandeling – denk aan worden uitgescholden, beledigd of gekleineerd – kwam bij 12 procent van de kinderen voor. Daarbij geeft een aanzienlijk deel van de kinderen aan ook andere gebeurtenissen, zoals echtscheiding van de ouders, te hebben meegemaakt. Vanwege de grote invloed van deze ervaringen op het welzijn en de ontwikkeling van kinderen, worden ze ingrijpende ervaringen genoemd. Op basis van onderzoek onder de Nederlandse bevolking is onderzocht in welke mate ingrijpende ervaringen tijdens de jeugd samengaan. Door na te gaan welke ingrijpende ervaringen samen voorkomen, kan een typologie worden gemaakt van verschillende ingrijpende jeugdervaringen. Daarbij kan met deze typologie een beeld worden geschetst van de gezinnen waarin kinderen kwetsbaar zijn voor zulke ervaringen. Zo kan worden bekeken of er bepaalde huishoudkenmerken zijn die de kans vergroten dat kinderen zaken als kindermishandeling of een echtscheiding meemaken.

Ingrijpende jeugdervaringen

In het onderzoek (zie kader) werd aan volwassen Nederlanders (18-72 jaar) gevraagd om terug te blikken op hun jeugd. In het bijzonder werd naar acht specifieke ingrijpende ervaringen gevraagd. Dit waren (1) echtscheiding en (2) overlijden van ouder(s), (3) of men zelf in de jeugd leed aan een chronische ziekte die hen in het dagelijks leven beperkte, (4) financiële problemen in het gezin waarin zij opgroeiden, zoals het niet kunnen betalen van de huur of hypotheek, (5) of hun ouders leden aan depressie of geestelijke problemen, of aan (6) alcoholisme, en (7) hoe vaak ouders hen fysiek mishandelden (slaan of hardhandig grijpen en duwen) of (8) emotioneel mishandelden (uitschelden, beledigen, kleineren en vernederen). De beschrijvende statistieken van het voorkomen van ingrijpende jeugdervaringen staan opgesomd in tabel 1. De cijfers geven de incidentie aan in de steekproef, die een redelijke afspiegeling is van de Nederlandse bevolking. Hierdoor geeft het een beeld van hoeveel Nederlanders met dergelijke ervaringen te maken kregen tijdens hun jeugd. Ook zijn de cijfers uitgesplitst naar geslacht. Een groot deel van de deelnemers aan het onderzoek geeft aan vormen van kindermishandeling te hebben meegemaakt, zowel fysieke mishandeling (19%) als emotionele mishandeling (16%). Hierbij is wel sprake van enige verschillen tussen mannen en vrouwen. Waar vrouwen vaker rapporteren emotionele mishandeling te hebben ervaren, geldt dat bij mannen vaker voor fysieke mishandeling. Dit komt overeen met het eerdergenoemde onderzoek onder basisschoolleerlingen, waarin meisjes ook vaker aangaven emotionele mishandeling te hebben meegemaakt dan jongens.

Ook financiële problemen blijken in een rijk land als Nederland nog regelmatig voor te komen. Zo geeft 18 procent aan dat ten minste een van de vijf voorgelegde financiële problemen voorkwamen tijdens hun jeugd. Hierin verschillen mannen en vrouwen nauwelijks van elkaar. Ongeveer 10 tot 15 procent van de deelnemers geeft aan opgegroeid te zijn bij gescheiden ouders, ouders die depressief waren of andere geestelijke problemen hadden, of bij ouders die verslaafd waren aan alcohol. Vrouwen rapporteren deze ervaringen vaker, met name depressie en alcoholisme van ouders. Hoewel we op basis van deze gegevens deze man-vrouw-verschillen niet kunnen verklaren, is het waarschijnlijk dat vrouwen dergelijke problemen van hun ouders vaker opmerkten dan mannen. Chronische gezondheidsproblemen bij kinderen en het overlijden van een ouder tijdens de jeugd komen het minst vaak voor. Slechts zes procent van de deelnemers gaf aan dit te hebben meegemaakt, met vergelijkbare aantallen bij mannen en vrouwen.

Naast de man-vrouwverschillen zijn er ook ervaringen die verschillen tussen leeftijdsgroepen. Hier zijn de verschillen kleiner, maar we zien wel dat leeftijdsgroepen verschillen in hun ervaringen met echtscheiding en overlijden van ouders. Met de toename van het aantal echtscheidingen in de afgelopen decennia is het logisch dat het aantal kinderen van gescheiden ouders groter is onder jongere deelnemers. Het overlijden van een ouder komt juist vaker voor bij de oudere groepen. Opvallend is dat er geen duidelijke verschillen zijn tussen leeftijdsgroepen in meer subjectieve ervaringen als fysieke en emotionele mishandeling. Wel zien we hier enig verschil met het onderzoek onder basisschoolleerlingen van TNO. Volwassen deelnemers aan ons onderzoek rapporteren vaker dat ze mishandeling hebben meegemaakt dan de huidige generatie basisschoolleerlingen, hetgeen wellicht komt doordat wij ook latere ervaringen (tot en met 18 jaar) meenemen.

Samengaan van ingrijpende ervaringen

In totaal gaf de helft van de deelnemers van het onderzoek aan als kind minstens één van de ingrijpende ervaringen te hebben meegemaakt. Een kwart bleek zelfs meer dan één ingrijpende ervaring te hebben gehad. Op basis van de vraag of mensen ingrijpende ervaringen hebben meegemaakt, en welke dit zijn, blijken er vier groepen te onderscheiden. Driekwart van de Nederlanders heeft een kleine kans op ingrijpende ervaringen. Dit betekent dat zij als kind geen of hooguit één van de negatieve ervaringen hebben gehad. Verder zijn er drie kleinere groepen waarbij ingrijpende ervaringen tijdens de jeugd vaker voorkwamen. Gezamenlijk beslaan deze groepen een kwart van de respondenten.

Deze drie groepen verschillen voornamelijk in het soort ingrijpende ervaringen. Er blijken twee typen ervaringen te zijn. Enerzijds is er een groep die een grote kans heeft op problemen die gerelateerd zijn aan het functioneren van het huishouden. In deze categorie vallen ervaringen als opgroeien bij ouders die depressief waren of psychische problemen hadden, bij ouders die verslaafd waren aan alcohol, bij gescheiden ouders of in een gezin met financiële problemen. Combinaties van specifiek deze ervaringen kwamen vaak voor bij 12 procent van de Nederlanders.
Anderzijds is er fysieke of emotionele kindermishandeling, oftewel problemen in de omgang van ouders met hun kind. Acht procent van de Nederlanders had een grote kans mishandeling mee te maken, waarbij iets minder dan de helft aangaf dat fysieke en/of emotionele mishandeling regelmatig tot vaak voorkwamen.
De laatste groep is een kleine, zorgwekkend groep van 4 procent van de deelnemers bij wie zowel problemen in de thuissituatie als mishandeling veel voorkwamen. Zo ervoer deze groep meer verschillende financiële problemen, en geeft meer dan de helft van hen aan dat fysieke en emotionele mishandeling vaak voorkwamen. Bij deze groep komen dus problemen in de thuissituatie en in de ouder-kind-relatie samen. Gezondheidsproblemen en overlijden van een ouder hangen daarentegen niet duidelijk samen met andere ingrijpende ervaringen.
Deze vier groepen komen zowel onder mannen als vrouwen voor. Wel blijken vrouwen vaker tot de groep te behoren die problemen in de thuissituatie ervoer. Dit komt overeen met de bevinding dat vrouwen vaker aangaven dat hun ouders depressief waren of geestelijke problemen hadden, of verslaafd waren aan alcohol. Eerder beschreven we ook dat jongere mensen vaker opgroeiden bij gescheiden ouders. Zij behoren echter niet vaker tot een van de groepen met meerdere ingrijpende ervaringen.

Risico op ingrijpende ervaringen

Als jongeren en ouderen, mannen en vrouwen niet sterk verschillen in of ze ingrijpende ervaringen hebben meegemaakt, zijn er dan andere factoren die samenhangen met het risico op ingrijpende ervaringen bij kinderen? Hoewel er met dit onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken over causale relaties, kan wel worden beschreven in welk soort gezinnen kinderen relatief vaak ingrijpende ervaringen meemaken. Vooral kinderen van tienermoeders blijken vaker tot een van de drie groepen met problemen in de thuissituatie en/of kindermishandeling te behoren. Ook de grootte van het gezin waarin mensen zijn opgegroeid hangt samen met deze ingrijpende ervaringen. Zowel mensen zonder broers of zussen als mensen uit grote gezinnen hebben vaker problemen thuis en/of kindermishandeling meegemaakt dan mensen met één of twee broers of zussen.
Ook zijn er verschillen tussen sociaaleconomische groepen, al zijn deze kleiner. Kinderen van werkende moeders hebben vaker problemen thuis en/of kindermishandeling meegemaakt. Dit geldt vooral voor mensen wiens moeder tenminste 12 uur werkte toen ze nog niet naar school gingen. Opleidingsniveau van ouders lijkt juist enige beschermende invloed te hebben. Kinderen van hoogopgeleide ouders hadden een kleinere kans om kindermishandeling mee te maken dan kinderen van laagopgeleide ouders. Dit gold echter niet voor de andere ingrijpende ervaringen.

Conclusie

Ongeveer de helft van de Nederlandse volwassenen blijkt als kind ingrijpende ervaringen te hebben gehad, en een kwart zelfs meer dan één. Deze ervaringen zijn op te delen in problemen in de thuissituatie enerzijds en kindermishandeling anderzijds. Hoewel financiële problemen behoren tot het type problemen in de thuissituatie, komen deze problemen net als kindermishandeling voor bij kinderen uit alle lagen van de maatschappij. Beleid gericht op preventie van en ondersteuning bij deze ervaringen dient zich dus niet uitsluitend te richten op gezinnen die economisch kwetsbaar zijn. Ons onderzoek laat zien dat twee andere gezinskenmerken relevant zijn voor de signalering van ingrijpende ervaringen bij kinderen. Ten eerste verdienen gezinnen met jonge moeders aandacht. Kinderen van tienermoeders hebben de grootste kans op beide typen ingrijpende ervaringen. Steun voor deze groep dient zich dus niet te beperken tot financiële steun, aangezien kinderen ook risico lopen op sociaal gebied. Ook het samengaan van ervaringen kan handvaten bieden om deze groep kinderen te helpen. Wanneer zich in een gezin problemen als verslaving van ouders of mishandeling voordoen, is het daarom van belang na te gaan of kinderen ook verhoogd risico lopen op andere ingrijpende ervaringen.

Carlijn Bussemakers, Radboud Universiteit Nijmegen, e-mail: C.Bussemakers@ru.nl

Literatuur

KNAW Logo
Cookie toestemming
Deze website maakt gebruik van cookies van derde partijen voor analyse van dataverkeer. Privacyverklaring.