Foto: Pedro Menezes / Unsplash

Hoe experts de migratiegevolgen van COVID-19 inschatten

HELGA DE VALK | 1 oktober 2021 | DEMOS jaargang 37, nummer 8 - september 2021
Het effect van de COVID-19-pandemie op migratie was aan het begin van 2020 nog onduidelijk. Welke verwachtingen hadden migratieexperts voor de korte en langere termijn? En in hoeverre blijken die verwachtingen te zijn uitgekomen als we terugkijken op de migratie van en naar Nederland?

Als onderdeel van het internationale onderzoeksproject QuantMig naar langetermijnscenario’s van internationale migratie in de Europese Unie (EU), werden 16 migratieexperts uit het wetenschappelijke veld in de zomer van 2020 bevraagd. Op dat moment lag de eerste golf van de pandemie achter ons en leek het leven terug te keren naar ‘normaal’. In die context werd de experts gevraagd hoe zij dachten dat migratie zich zou ontwikkelen op de korte en langere termijn. Daarbij werd een onderscheid gemaakt naar drie typen migratie: tussen EU-landen, van buiten de EU naar de EU, en vanuit de EU naar elders.

Gevraagd naar de kortetermijneffecten van COVID voor de periode 2020-2021 verwachtten alle experts dat migratie (heel) veel lager zou liggen dan vòòr de pandemie in 2020. De algemene verwachting voor de korte termijn was dus simpelweg een afname van migratie. Ook voor de komende vijf jaar verwachtten alle experts dat migratie zal dalen voor ieder van de genoemde vormen van migratie. Niemand gaf aan te verwachten dat migratie zou toenemen. Wel meende een enkeling dat migratie tussen EU-landen en immigratie van buiten de EU gelijk zou blijven aan het niveau van voor de pandemie. Het spreekt vanzelf dat we voor deze langere termijn nog niet weten of de visies van de experts bewaarheid worden. Wel kunnen we zien of de kortetermijneffecten die verwacht werden inderdaad plaatsvonden in bijvoorbeeld Nederland door de gegevens over de tweede helft van 2020 en eerste helft 2021 te vergelijken met 2018 en 2019 (zie figuur). De migratiedata laten zien dat de totale immigratie in 2020 inderdaad lager lag dan in de jaren ervoor, maar dat de verschillen ten opzichte van eerdere jaren niet groot zijn. Vooral in de eerste periode van de pandemie nam de immigratie af, maar tussen augustus en november 2020 lag de lijn al dichter bij het niveau in de jaren ervoor. In 2020 kwamen er tussen september tot en met november 1000 tot 1500 mensen per maand minder naar Nederland dan in 2018. Het grote verschil tussen de maanden augustus- september 2020 en dezelfde maanden in 2018-2019 lijkt vooral toe te schrijven aan minder nieuwe internationale studenten die naar Nederland kwamen. Overigens is de daling in totale immigratie vooral duidelijk voor degenen afkomstig uit Azië. EU-migratie nam in het eerste kwartaal van 2020 duidelijk af, maar in de tweede helft van het jaar is daar nauwelijks nog sprake van.

Immigratie naar Nederland per maand over de maanden augustus-december 2018-2020

Kortom, migratiepatronen lijken tot nu toe maar beperkt beïnvloed te worden door de COVID-19-pandemie en in ieder geval minder sterk dan wat de experts verwachtten. Onze resultaten suggereren dat experts zich bij hun blik op de toekomst laten leiden door context van het heden en deze extrapoleren naar de toekomst. Of de COVID-19-pandemie op langere termijn migratie beïnvloedt blijft nu nog onbeantwoord. De tijd zal het leren, maar terugkijken naar het verleden lijkt zinvol ook als we het heden en de toekomst willen begrijpen.

Helga de Valk, NIDI-KNAW/Rijksuniversiteit Groningen, e-mail: valk@nidi.nl

Literatuur:

KNAW Logo
Cookie toestemming
Deze website maakt gebruik van cookies van derde partijen voor analyse van dataverkeer. Privacyverklaring.